Roermond: Opslag- / verpakkingsbedrijf van kaas

In het voorjaar van 2014 werd een aan de Roermondse Prins Bernhardstraat gelegen bedrijfspand gesloopt. Precies tachtig jaar eerder was dit gebouw in gebruik genomen als bedrijfsruimte van de onderneming Zuid Nederlandsch Koelhuis NV. In 1970 hield deze NV op te bestaan en ging het pand over in handen van DMV en werd er een opslag- en verpakkingsbedrijf voor kaas in gevestigd.

In 2004 werden de bedrijfsactiviteiten op deze locatie beëindigd en kwam het gebouw leeg te staan. Het voormalige koelhuis raakte aan de buitenzijde ernstig in verval en het is daarom voor de stad Roermond zeker geen verlies dat de sloper zijn werk heeft gedaan.

Het koelhuis kort na de ingebruikname in 1934 (fotocollectie auteur; fotograaf onbekend)

Toen het koelhuis in 1934 zijn deuren opende, gold het als een zeer modern bedrijf. Door de evoluties in de techniek was het aan het einde van de twintigste eeuw met zijn etagebouw, vele tussenwanden en pilaren, niet meer op een bedrijfseconomisch verantwoorde wijze te exploiteren.

In de tachtig jaar van zijn bestaan heeft het bedrijfspand, meerdere functies gehad: koel- en vrieshuis voor boter, vlees, groenten, fruit, wild en gevogelte en in de laatste fase was het een opslag- en verpakkingsbedrijf voor kaas. In de donkerste periode van de Roermondse geschiedenis, de winter 1944-1945, diende het als noodlazaret en als opvang voor daklozen en mensen die zich moesten schuilhouden voor de bezetter.

De bouwfase van het koelhuis verliep niet rimpelloos. Toen de bouwkundige aannemer nog maar net begonnen was, werden de gevolgen van de economische wereldcrisis voor de deelgenoten voelbaar en schrok men terug voor de investeringen. Er waren geen waterdichte afspraken gemaakt waardoor er meningsverschillen ontstonden over de verantwoordelijkheid van de onderbezetting. Omdat de besturen van de twee belangrijkste deelgenoten, ZNZ en CRE ( Coöperatieve Roermondsche Eiermijn ), nogal wat verwevenheden vertoonden –commissaris Gerard Steegmans maakte bijvoorbeeld deel uit van zowel het ZNZ- als van het CRE-bestuur- werden belangentegenstellingen echter gemakkelijk opgelost.

De bedrijfsmatige meest interessante periode was het tijdvak 1934-1944. Naast de opslag van allerlei agrarische producten, was het koelhuis de thuisbasis voor de afdeling Boter-Export van de Zuid-Nederlandsche Zuivelbond. Voor de boterhandel waren het moeilijke jaren omdat steeds opnieuw ingespeeld moest worden op snel wisselende en onvoorspelbare omstandigheden. Steegmans en zijn medewerkers zullen in die jaren menig slapeloze nacht gehad hebben. De frequent wisselende marktomstandigheden maakten het lastig om boter te vermarkten, mede gelet op het feit dat het volume van de inkomende stroom boter niet door de markt maar door de natuur bepaald werd. Een specifiek kenmerk van de zuivelindustrie waar men ook nu nog mee te maken heeft.

Uit de beschrijving van wat zich in de jaren 1934-1940 heeft afgespeeld, kunnen we opmaken dat de boterverkoop in die periode met dezelfde problemen te kampen had als vandaag: onvoorspelbaarheid van de ontwikkeling van de boternotering, frequent wijzigende overheidsmaatregelen in de landen van bestemming, onzekerheden met betrekking tot valutaverhoudingen, grote debiteurenrisico’s, hoge voorraden en altijd zorg over de kwaliteit. Afgezien van de volledig andere schaalgrootte en een andere spreiding van exportbestemmingen, is er in essentie niet veel veranderd.

Het tot opslag- en verpakkingsbedrijf omgebouwde koelhuis in de jaren tachtig van de vorige eeuw

(fotocollectie Luc Heerkens; fotograaf onbekend)

ZNZ, CRE en CVV hebben lef getoond door in de periode van de wereldwijde economische crisis een voor hun verhoudingen grote investering te doen. De bestuurders hebben tegen de achtergrond van de toenmalige omstandigheden, met verstand en grote voorzichtigheid geopereerd. Zij waren doordrongen van de belangen van hun broodheren, de boerenbevolking van oostelijk Nood-Brabant en Limburg, namen geen grote risico’s en zuinigheid was troef. Tot aan de jaren zestig was er een grote verbondenheid met de eigen zuil. De Raad van Commissarissen was vrijgevig naar politieke en kerkelijk-gebonden instellingen maar voor het eigen personeel ronduit krenterig.

Over het algemeen genomen kan worden gesteld, dat de geschiedenis van het koelhuis niet opzienbarend is geweest. Interessant was ze wel. Interessant omdat we iets hebben kunnen proeven van de sfeer en de mentaliteit van het besturen en van het zaken doen in de coöperatieve agrarische wereld in het midden van de vorige eeuw in het toen nog katholieke zuiden van Nederland.

Roermond in bedrijf (fotocoll.  Luc Heerkens; fotograaf onbekend)

Boven kaas in ZNZ-verpakking. (fotocollectie Luc Heerkens; fotograaf onbekend)

Het oude koelhuis op weg naar het einde (foto Lou van Laer)

Wat er van overbleef (foto Lou van Laer)


Wilt u er meer over weten? In 2015 heb ik over dit onderwerp een boekje gepubliceerd. Indien u hierin geïnteresseerd bent, stuur een berichtje naar frans.ans.savelkouls@hetnet.nl

Frans Savelkouls

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
E-mail