Nieuw F.T.K. - Financieel Toetsings Kader.

Hoofdlijnen van deze wet:


Stabieler door beleidsdekkingsgraad:

De dekkingsgraden worden stabieler door introductie van de ‘ultimate forward rate’ (UFR). De nu nieuw geïntroduceerde ‘beleidsdekkingsgraad’ is gelijk aan de gemiddelde dekkingsgraad van de 12 maanden voorafgaand aan het moment van vaststelling. Deze middeling zorgt voor meer stabiliteit in de gepubliceerde dekkingsgraad.

Haalbaarheidstoets vervangt continuïteitsanalyse en toets:

De haalbaarheidstoets is meer gericht op de haalbaarheid van het geambieerde en verwachte pensioenresultaat, en de risico’s die daarbij gelden. Dit is in tegenstelling tot de continuïteitsanalyse en -toets, waarin de nadruk meer lag op een gezonde financiële positie. 

Samenhang nieuw herstelplan, dekkingsgraad 5 jaar onder MVEV en korten:

De pensioenwet kent m.i.v. 2015 nog maar één herstelplan. Het herstelplan moet worden ingediend zodra de "beleidsdekkingsgraad" onder de vereiste dekkingsgraad (100% + vereist eigen vermogen (VEV) komt. Dit is afhankelijk van de aanwezige beleggingsrisico's en varieert per jaar. Per eind 2014 bedraagt voor ons fonds deze "vereiste dekkingsgraad", afgekort de VEV : 112.4%. Per eind 2015 bedraagt deze 118.2%, e.e.a. vooral veroorzaakt door (weer) aanscherping regels van De Nederlandse Bank.

Nieuw is de hersteltermijn van 10 jaar. Als op basis van het herstelplan binnen deze termijn het niveau van het VEV niet wordt bereikt, zijn aanvullende maatregelen noodzakelijk. Indien alle mogelijke aanvullende sturingsmiddelen onvoldoende blijken om terug te kunnen keren naar het VEV, moet meteen aan het begin van de 10-jaars termijn een kortingsmaatregel worden genomen. 

De korting kan ofwel direct worden verwerkt in de aanspraken, ofwel worden uitgesmeerd over meerdere jaren, tot maximaal 10 jaar. Een korting moet waarschijnlijk eveneens worden doorgevoerd in de situatie waarbij de beleidsdekkingsgraad 5 jaar op rij niet voldoet aan het minimaal vereist eigen vermogen (MVEV); dit is bij ons fonds ca. 104,0% per ult. 2015). Het herstelplan wordt jaarlijks geactualiseerd. Bij de actualisatie gaat deze termijn van 10 jaar opnieuw in. 

Overgangsmaatregelen:

Veel fondsen hebben een lopend langetermijnherstelplan. Via een overgangsmaatregel is dat deze nu vervallen. Als per 1 januari 2015 sprake is van een tekort, zullen pensioenfondsen wel een nieuw herstelplan moeten indienen, conform het nieuwe FTK . In de praktijk zal dit nu al gelden voor het grootste deel van alle fondsen.

Regels over indexatie, introductie indexatiedrempel:

Voor indexatie zal een drempel gaan gelden. Pas vanaf een beleidsdekkingsgraad van 110% mag indexatie gegeven worden. De hoogte van de indexatie wordt bovendien begrensd. De indexatie wordt zodanig vastgesteld dat deze naar verwachting blijvend op hetzelfde niveau kan worden gegeven in de toekomst, rekening houdend met het eigen vermogen en de toeslagdrempel van 110%. Voor de berekening van die toekomstige indexatie zijn uitgangspunten gegeven. Het geven van inhaalindexatie mag pas als de beleidsdekkingsgraad ten minste het niveau heeft, waarbij alle toekomstige indexaties gegeven kunnen worden of het niveau van het vereist eigen vermogen, indien dat hoger is.

Wat betekent dit:

Na vele jaren discussie is nu deze wet “nieuw FTK” aangenomen. Vanaf 1 januari 2015 moeten de nieuwe financiële spelregels ervoor gaan zorgen dat de pensioenen in Nederland ook op lange termijn financieel houdbaar zijn.

Wat betekent het nieuwe FTK:

1  Meer veiligheid door hogere buffers

2  Geen of minimale indexatie door strengere regels (zie verder)

3  Mogelijke pensioenverlagingen worden uitgesmeerd over een    langere periode

4  Voor de actieven: Kans op volledige pensioenopbouw neemt sterk af.

 Wat betekent dit voor ons bij PF Campina:

Tegenover de extra veiligheid van ruime buffers staat dat een pensioenfonds minder snel kan indexeren (=aanpassing voor inflatie). Dat gaat we merken, met name al op de korte termijn.

Pensioenfondsen mogen alleen een bepaalde indexatie toekennen, als deze indexatie ook tot in de verre toekomst kan worden volgehouden. Het FTK noemt dit ‘toekomstbestendig indexeren’ 

Juist deze zinsnede verbergt veel onheil voor gepensioneerden. Indexatie (de inflatiecorrectie) wordt hierdoor in de toekomst vrijwel onmogelijk of nihil. 

Wat mag u verwachten van de indexatie van uw pensioen. Om volledige indexatie mogelijk te maken, moet de dekkingsgraad fors stijgen naar een niveau boven de ca. 126%. De beleidsdekkingsgraad was bij PF Campina per eind 2014 106,2% ,per eind 2015 104,7%, per eind 2016 101,9% (en eind 2017 110.9). Dat betekent gewoon dat ons pensioen pas na verloop van vele jaren (decennia?) weer volledig wordt geïndexeerd. Een minimale en beperkte indexatie van het pensioen lijkt wellicht na verloop van vele jaren nog wel mogelijk......

Met al deze nieuwe financiële spelregels worden de regels voor indexatie dus veel strenger. En verschuift de ambitie, en de kans om te indexeren, qua realisatie naar de (hele) verre toekomst….en dat is een trieste conclusie.

Kan de gemiste indexatie dan nog worden goedgemaakt? 

Onze  pensioenen zijn sinds vele jaren niet meer (volledig) verhoogd door indexatie. De totale gemiste indexatie sinds 1 januari 2009 bedraagt per januari 2017 ongeveer 11,5 %. Deze indexatieachterstand loopt de komende jaren helaas zeker nog verder op, omdat naar verwachting de komende jaren niet (volledig) kan worden geïndexeerd. Als de dekkingsgraad boven 126% uit komt, wordt een inhaalindexatie nog wel mogelijk. Echter: dit mag dan alleen maar in kleine stapjes.....zie verder...

Hoeveel inhaalindexatie kun je dan krijgen?

Elk jaar mag het Pensioenfonds een inhaalindexatie geven van een vijfde deel van het aantal procentpunten dat de dekkingsgraad boven de 125% ligt. Een voorbeeld: als de dekkingsgraad 130% is, dan mag in dat jaar een inhaalindexatie van maximaal 1% (= 1/5 van 5%) worden gegeven. Dus als de totale gemiste indexatie 6,5% bedraagt, dan duurt het bij een continue dekkingsgraad van 130% nog eens 6,5 jaar voordat de gehele achterstand is ingehaald. Anders gezegd: er is gedurende 6,5 jaar een dekkingsgraad van 130% nodig, om de achterstand van 6,5% volledig te kunnen inhalen…….

Samengevat:

De komende jaren wordt het door al deze overheidsmaatregelen heel erg moeilijk als we kijken naar de indexatie van onze pensioenen. Als we uitgaan van de huidige situatie worden de pensioenen de komende jaren gewoon niet geïndexeerd. Na het bereiken van een dekkingsgraad van 125% duurt het dan bovendien nog de nodige tijd voordat de gemiste indexatie ooit weer goedgemaakt kan worden…...

Er staat echter wel tegenover, dat de hogere buffers ervoor gaan zorgen dat de pensioenen waarschijnlijk niet zo snel verlaagd hoeven te worden. Maar zekerheid over dit laatste is er uiteraard ook weer niet.

Voordeel: minder kans op korten van pensioenen. 

Nadeel: minder kans op compensatie voor prijsstijgingen......de indexatie.

Wat zeggen de ANBO, en CSO, NVOG en KNVG:

ANBO, de belangenorganisatie voor ouderen, vindt de regels voor indexatie in het nieuwe FTK te strikt en is van mening dat het terugdraaien van kortingen en toekennen van inhaalindexatie onder de nieuwe regels eigenlijk onmogelijk is. Een ander kritiekpunt is dat pensioenfondsen bij het vaststellen van premies wel en bij het berekenen van verplichtingen niet mogen uitgaan van verwacht rendement. Ook is de ANBO bang dat het uitwerken van losse eindjes in regelgeving leidt tot vertraging of inperking van de ruimte van sociale partners, en vraagt zich af waarom pensioenfondsen geen ruimere mogelijkheden krijgen om een zekerheidsmaat te hanteren die lager ligt dan 97,5%.

Alles bij elkaar is het er volgens de ANBO vooral complexer op geworden. ‘We betalen een te hoge prijs voor die extra zekerheid.’

Ouderenbonden CSO/NVOG/KNVG wijzen het wetsvoorstel resoluut af. ‘In de nieuwe wet wordt zekerheid op zekerheid gestapeld, zonder het economisch belang en het belang van de deelnemers daarin voldoende evenwichtig te wegen. De hogere solvabiliteitseisen en de nieuwe methodiek van korten van pensioenrechten betekenen daarnaast dat pensioenfondsen eerder en op de langere termijn gezien ook onnodig zullen moeten korten. Extra zekerheden die in het nieuwe FTK op basis van ‘toekomstbestendig indexeren’ worden geëist, beperken de komende decennia bovendien de indexatie mogelijkheden, of maken die zelfs in veel gevallen totaal onmogelijk.’

Wat is de mening van de  V.G.C:

We zijn het eens met de reacties van de ouderenbonden. Dit FTK raakt ons allen hard!  De invoering van de beleidsdekkingsgraad kunnen we nog wel volgen. Voor de rest zien we als VGC deze nieuwe wet als een enorme achteruitgang van de positie voor de gepensioneerden, en dat geldt met name voor het bijna onmogelijk worden van toekomstige indexaties.

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
E-mail